Black Lives Matter, ook in de jeugdzorg

dinsdag 30 juni

De afgelopen weken horen we veel over Black Lives Matter, de beweging tegen institutioneel racisme. Maar we horen niets over de jeugdzorg, hoe zit het daarmee?  Uit onze ervaringskennis blijkt dat ook die sector en organisaties niet vrij zijn van racisme, wat door de wetenschap wordt bevestigd. Wij willen hier daarom aandacht voor vragen. Ervaringsdeskundigheid is immers ook een politieke emancipatiebeweging die kritisch is op het systeem en staat voor mensenrechten.

De Black Lives Matter beweging is gegroeid na politiegeweld in de Verenigde Staten, maar heeft inmiddels ook voeten aan de grond gekregen in Nederland. Veel genoemd is bijvoorbeeld het etnisch profileren van de politie, dat waarschijnlijk een rol speelt in het gegeven dat jongeren van Marokkaanse afkomst vaker worden opgepakt voor delicten (zie o.a. Çankaya, et al. 2015). Maar we zien racisme terugkomen bij meer Nederlandse instituten: bij de Belastingdienst en zo ook in de jeugdzorg. 

Jason: “Toen in 2015 Mitch Henriquez na een nekklem overleed werd dat veel gedeeld in de media. Het nieuws was ook doorgedrongen tot de gesloten jeugdzorg. Ik werd tijdens mijn opname meerdere keren door mijn groepsleider in een nekklem gehouden, wetende dat er onlangs een donkere man aan was overleden.“

Racisme versterkt risicofactoren

Om verschillende redenen lukt het soms niet om kinderen veilig en gezond op te laten groeien. Racisme versterkt de factoren die daar de oorzaak van kunnen zijn. Zo tonen verschillende onderzoeken aan dat herhaalde blootstelling aan discriminatie stress veroorzaakt, wat kan leiden tot psychische en fysieke ziekten (Pascoe en Smart Richman, 2009). Volgens het Nederlands instituut voor psychologen zijn deze gevolgen zowel sociaal-maatschappelijk als individueel voelbaar. Zij benoemen hierbij effecten op de arbeidsmarkt en de samenleving, maar ook invloed op stress, cognitieve ontwikkeling en zelfbeeld. Dat racisme invloed heeft op het zelfbeeld komt ook naar voren in het poppen-experiment, waarin kinderen negatieve eigenschappen toekennen aan een niet-witte pop, terwijl de witte pop positief wordt omschreven.

Mohini: “De beelden van George Floyd deden me denken aan hoe ik gefixeerd werd in de gesloten jeugdzorg en 5 verschillende mannen op me zaten. Ik werd sneller naar de isoleercel gestuurd en terwijl mijn witte groepsgenoten bij hetzelfde gedrag naar hun kamer moesten. Elke keer komt er nieuwe weggestopte pijn naar boven en krijg ik weer een stukje inkijk in alle discriminatie die ik heb meegemaakt in de jeugdzorg.”

Verder weten we dat een zwakkere sociaal-economische positie mensen kwetsbaar maakt voor andere problemen. Discriminatie wordt ervaren in het onderwijs, bij het zoeken naar een stageplek en op de arbeidsmarkt. Dit vergroot de kans op armoede, wat niet alleen slecht is voor de gezondheid, maar ook een risicofactor is voor kindermishandeling. Dit zijn allemaal omstandigheden die reden kunnen geven om gebruik te maken van jeugdzorg.

Gabriel: “Ik had een begeleid bezoek bij het kantoor van de jeugdbescherming. Met mijn grootouders die niet zo goed Nederlands spreken. Ineens werden we door mijn voogd aangesproken dat we Nederlands moesten spreken omdat ze het niet verstond en zich geen onderdeel voelde van het gesprek. Terwijl ze wist dat ik alles altijd voor hun vertaalde.”

Ervaringskennis en macht

Ervaringsdeskundigheid is opgebouwd uit eigen ervaring, collectieve ervaring en kennis uit andere bronnen. We beginnen bij onszelf en onze ervaringen in de kaders.

Deze individuele ervaringen zijn al vaker verteld, maar we merken dat anderen ze proberen weg te zetten als uitzondering. Mensen linken dit liever niet aan racisme, laat staan aan institutioneel racisme.

Daarnaast moeten we niet vergeten dat de macht bij de hulpverleners ligt en degene die begeleiding krijgt is onmachtig. Bij ongelijkheid kunnen behandelaren en sociaal werkers zich beroepen op het feit dat regels en afspraken voor iedereen verschillend zijn, omdat iedere jongere iets anders moet leren. Zo kunnen bedoelde en onbedoelde racistische handelingen verdoezeld worden.

Rosalia: “Op mijn 19e ging ik op mezelf wonen en had ik een eindgesprek. Ik kende de basics van op mezelf wonen dus zag dat niet als een challenge en ik vond dat ik ook wel genoeg kon afstemmen voor de sociale aspecten die erbij komen kijken. De ambulante gezinsbegeleider vond dat ik mezelf overschatte en beter moest nadenken omdat “het echte leven niet zo makkelijk is en niemand de deuren zomaar voor je opendoet. Ik was diep verontwaardigd dat deze witte man in de 60 dit vanuit zijn positie zei. Alsof ik dichte deuren nog nooit eerder gezien had?”

Wetenschappelijke kennis

Ervaringen worden nog regelmatig weggezet als op zichzelf staande incidenten. Daarom voelen we ons genoodzaakt om verschillende onderzoeken aan te halen. Wat nodig lijkt zijn harde cijfers, en die zijn er!

Zo weten we uit internationale onderzoeken dat zwarte kinderen door volwassenen als minder onschuldig en minder ‘kind’ gezien worden dan hun witte leeftijdsgenoten. Dit betekent onder meer dat gedacht wordt dat zij minder bescherming nodig hebben dan witte kinderen (Goff, et al. 2014: Epstein, Blake, Conzález, 2017). En zwarte meisjes lopen vaker de kans om gestraft te worden door leraren en in het rechtssysteem omdat ze meer worden gezien als verantwoordelijk voor hun daden dan witte meisjes (Goff, et al. 2014). Dit zou vergaande consequenties kunnen hebben voor kinderen, zeker die in het bijzonder juist bescherming en aandacht nodig hebben zoals in de jeugdzorg. De vraag is: geldt dit ook voor Nederland?

Fay: “Op mijn 12e woonde ik in Hoek van Holland in een kinderhuis. Ook op school was ik de enige met een kleur, dat werd door mijn schoolgenoten ook benadrukt. Ik werd steeds nageroepen of moest oprotten. Ik was bang en voelde me onveilig. Ik heb dit niet duidelijk kunnen maken aan mijn voogd, die deed het af als niet belangrijk. Ik ben 3 keer weggelopen en gezakt qua schoolniveau totdat ik ergens anders geplaatst werd. Totdat ik op een gemixte school kwam en vervolgens mijn kamertraining in Rotterdam zonder bijzonderheden heb doorlopen.”

Het Kennisplatform Integratie en Samenleving heeft onderzoek gedaan naar ‘De rol van etniciteit in het handelen van professionals basiszorg jeugd-ggz‘. Hieruit blijkt dat de toestroom naar GGZ hulpverlening door jeugd met een migratieachtergrond relatief klein is, welke vooral te maken heeft met de beeldvorming van hulpverleners. Zo wordt bijvoorbeeld een angststoornis bij jeugdigen met ‘Antilliaanse achtergrond’ opvallend minder vaak herkend. Bij jeugdigen met een ‘Nederlandse’ achtergrond wordt veel vaker dan bij anderen screening overwogen bij gedragsproblematiek, wellicht omdat dit tegen verwachting is.

Esmeralda: ”Ik koos ervoor om in de jeugdzorg te gaan werken. In die tijd heb ik enorm ervaren op wat voor manieren er naar zwarte tienerjongens wordt gekeken, ten opzichte van de witte tienerjongens. De focus wordt bij hen direct gelegd op probleemgedrag, en niet op wat voor manieren zij hun talenten kunnen ontwikkelen.”

In een Nederlandse studie onder jongvolwassenen van Marokkaanse afkomst zien we dat ervaren discriminatie en het ervaren van sociaal falen, een significant verband kent met depressieve symptomen (Van de Beek, Van der Krieke, Schoevers & Veling, 2017). Terwijl uit het eerder genoemde onderzoek van KIS juist naar voren kwam dat bij jeugdigen met Marokkaanse, Turkse en ‘Antilliaanse’ achtergrond depressies vaak herkend werden bij gezinnen met ‘hoge sociaal economische status’. Wederom wordt samenhang vermoed met het feit dat deze groepen eerder bekend staan vanwege externaliserend ‘probleemgedrag’.

Dat institutioneel racisme bestaat is dus al herhaaldelijk bewezen. Onze ervaringen en deze onderzoeken bevestigen dat dit ook in de jeugdzorg het geval is. De vraag óf er racisme in de jeugdzorg is, is volgens ons dan ook een gepasseerd station.

Mohini: “Toen ik nog erg gelovig was, stak ik in de avond wierrook aan. Ik werd gefixeerd en moest een drugstest doen, omdat ik volgens hun geblowt had en de wierook gebruikte om de geur te camoufleren. De hulpverleners (h)erkenden vroeger bepaald gedrag niet wanneer dit passend was binnen onze cultuur. Bijvoorbeeld dat ik mijn ouders verzorgde werd snel gelabeld als parentificatie.”

Het gedrag van jongeren wordt in de jeugdzorg bekeken, beoordeeld en behandeld volgens de Westerse norm. We willen dan ook meer bewustzijn van het feit dat de jeugdzorg Westers is ingesteld en georganiseerd. Zodat de aangeboden hulp beter kan aansluiten bij de behoeften van mensen met andere culturele achtergronden.

Wat is nodig voor een inclusieve jeugdzorg?

Er zijn genoeg onderzoeken en producten ontwikkeld. Er is kennis over het effectief bereiken van migrantengezinnen in de transitie van de jeugdzorg, over laagdrempelige opvoedondersteuning in multi-etnische wijken (Bellaart, 2013) en over de toegankelijkheid en kwaliteit van de jeugdzorg verbeteren voor jeugdigen met een migratieachtergrond. En in het intercultureel competentieprofiel wordt het belangrijk geacht voor medewerkers om “alert te zijn” op vooroordelen. Nu is het tijd om hier in de praktijk ook iets van te merken!

Kinderen in de jeugdzorg zitten al in een kwetsbare situatie en worden extra kwetsbaar gemaakt door de gevolgen van een levenslange blootstelling aan racisme. Zij verdienen juist extra bescherming voor elke vorm van geweld en benadeling door instituten. 

Één goed grondig onderzoek

De Commissie de Winter heeft onderzoek gedaan naar geweld in de jeugdzorg. Ervaringskennis doet vermoeden dat dit veel vaker voorkomt bij zwarte dan witte kinderen en dit hebben ervaringsdeskundigen al eerder gemeld bij de Commissie. Maar ondanks dat ook veel slachtoffers die meededen aan het onderzoek niet wit waren, vonden we deze bevinding niet terug in hun eindrapport. Wij pleiten er dan ook voor dat er een vergelijkbare commissie aangesteld moet worden die onderzoek gaat doen naar discriminatie en racisme in jeugdzorgorganisaties. Geleid door een niet-witte ervaringsdeskundige.

Elwin: “Ik weet nog goed dat ik mijn herstelverhaal had gedeeld voor medestudenten die deelnamen aan het Honoursprogramma bij mijn school. Een fotograaf zei achteraf dat het een sterk verhaal was, goed verteld, ABN, wél met een klein beetje accent. Ik kijk er zelfs niet meer van op als er een opmerking gemaakt wordt over hoe ik spreek, maar als ik deze ervaringen deel met mijn witte vrienden, schrikken zij hier zelfs van. We leven helaas in maatschappij waarin hoe “donker” iemand klinkt invloed heeft op zijn/haar succes.”

Jeugdzorgorganisaties moeten intern aan de slag

Organisaties werven steeds vaker gericht om hun personeelsbestand meer een afspiegeling te laten zijn van de samenleving. Daarmee denken organisaties dat ze divers zijn, maar het blijft een witte bedrijfscultuur. Het beleid en alle meetinstrumenten worden gemaakt door witte mensen die de ‘hogere’ posities bezetten en alle medewerkers moeten zich voegen naar hun protocollen. De ervaring en kennis van de medewerkers van kleur worden dus uiteindelijk nog steeds niet gelijkwaardig benut. Daarom is het nodig dat in elke organisatie een niet-witte aandachtsfunctionaris diversiteit wordt aangesteld en dat er geld vrijkomt voor een team die zich hiervoor kan gaan inzetten.

Tji-Yu: “Als sociaal werker zie ik zwarte jongeren super hard werken aan hun toekomst, maar toch niet dezelfde kansen krijgen. We weten dat zij gediscrimineerd worden bij sollicitaties, waarom ik hen extra help bij het maken van sollicitatiebrieven en sollicitatiegesprekken. Meer jeugdhulpverleners zouden de gevolgen van racisme niet meer moeten ontkennen zodat we hier samen werk van kunnen maken!”

Jongere ervaringsdeskundigen met een seat at the table

En dan de jongeren zelf. Momenteel hebben we een Coalitie-Y die al onze belangen zou moeten vertegenwoordigen bij de regering. Maar kijkend naar de foto’s is het geen goede afspiegeling van de populatie. Wij roepen hen op zich meer te mengen met niet-witte jongeren en ervaringsdeskundigen uit de jeugdzorg. Wij hopen dat er zodoende meer diversiteit komt in de groep die de jongeren moet representeren.

Sandro: “Als ik me afvraag waarom de ‘hogere functies’ in de jeugdzorg voornamelijk bezet worden door witte mensen, denk ik terug aan mijn schoolcarrière als MWD’er. Er wordt wel eens kwaadschiks gebruik gemaakt van je goedheid door medestudenten. Hierdoor had een medestudent een artikel, die ik geschreven had, ingeleverd. De medestudent kreeg een 8.2 en werd gecomplimenteerd op zijn taal terwijl ik een 5.9 ontving en werd geadviseerd om beter te kijken hoe en wanneer ik sommige begrippen toepas.”

Inclusief onderwijs voor hulpverleners

Het begint uiteindelijk allemaal in de opvoeding en het onderwijs. De jeugdzorg is een sector waarin mensen werken die grotendeels zijn opgevoed en opgeleid in het witte systeem. Er moet dan ook veel meer aandacht komen voor vooroordelen, stereotypen, stigma en discriminatie op afkomst en huidskleur in de opleidingen van hulpverleners. Momenteel krijgen zij een vak van 10 of 12 weken aangeboden over ‘cultuursensitief werken’ en als we geluk hebben zijn ze bezig met hoe de jongeren het best te ondersteunen met hun identiteitsvorming. Maar zij moeten alerter worden op hoe racisme doorwerkt en zich bewust worden van hun eigen privileges. Jeugdzorgwerkers hebben hierop ook bijscholing nodig. We raden hen daarom graag www.withuiswerk.nl aan.

Auteurs

Jason BhugwandassExperienced Expert en jeugdzorginfluencer
Maurits BooteProjectleider ervaringskennis bij Levvel en ExpEx coördinator
Sabrina Pujols Lebron – Jeugdreclasseerder en Jeugdbeschermer
Mohini AwadhpersadSocio in gesloten jeugdzorg en Cliëntambassadeur OZJ bij VNG

Met dank aan

Gabriel Gomes BarrosBestuurslid ExpEx en JeugdWelzijnsBeraad
Tji Yu Kan Experienced Expert en sociaal werker
Rosalia Sheocharan
Experienced Expert en jongerenraad Enver
Sandro Cooman – Agogisch medewerker en ervaringsprofessional bij Levvel
Elhoussaine Hmimou
Jongerenwerker en projectleider Diversiteit bij Levvel
Elwin GoedgedragExpEx trainer en assistent trainer Herstelbureau HVO

Tekening gemaakt door Claire de Groot van Stoorzender Podcast.