Ravi: “Niet praten over kinderen, maar mét kinderen”

vrijdag 8 november

Ravi (30) is als zzp-er werkzaam als ervaringsdeskundige in de jeugdhulp. Ook is hij als trainer verbonden aan ExpEx, Experienced Experts. Hier traint hij jonge mensen die uit de jeugdhulp komen om hun verhaal op een goede manier te delen met jongeren die nu in de jeugdzorg zitten. “Er is in mijn jeugd behoorlijk wat misgegaan. Met mijn ervaring hoop ik andere jongeren te helpen die in hetzelfde schuitje zitten als ik heb gezeten.”

Ravi werd op zijn zesde jaar, net als zijn zusje, uit huis geplaatst. Zijn jongere zusje bleef nog bij zijn moeder die toen zwanger was van zijn broertje. Een lange periode van verschillende opvangplekken volgde. Hij werd geplaatst in een pleeggezin, ging weer even terug naar zijn moeder, werd na korte tijd weer uit huis geplaatst, kwam weer in een kindertehuis terecht, en woonde daarna nog in twee andere instellingen. Ravi: “ Ik heb het grootste deel in groepshuizen gewoond. Woonde dan met een stuk of acht mensen in een huis, begeleid door twee groepsleiders. De laatste groep waar ik op mijn twaalfde terechtkwam, was een fijne plek. Eindelijk had ik het gevoel dat ik mocht blijven. Hier werd niet gezegd dat ik weer terug naar mijn moeder zou gaan, wat natuurlijk niet zou gebeuren. Hier mocht ik zijn wie ik was en werd er naar míj geluisterd, met mij gepraat. Niet over mij. Als ik boos of vervelend was, werd ik niet gestraft, maar werd er gezocht naar de reden voor mijn gedrag en dáár werd dan vervolgens wat aan gedaan.”

Zoveel gemist

Wat er misging in de opvang is duidelijk voor Ravi. “Mijn begeleiders zijn nooit eerlijk tegen mij geweest. Waar ik ook werd geplaatst, altijd kreeg ik te horen dat ik snel weer terug zou gaan naar mijn moeder, dat het maar een tijdelijke plaatsing was. Hierdoor heb je nergens rust en wil je je ook nergens thuis gaan voelen want je gaat toch bijna weer weg. Denk je. Wat op z’n zachtst gezegd pijnlijk is, is het feit dat wij, mijn twee zussen en mijn broer, niet samen zijn geplaatst. Daar hebben we nu nog steeds last van. We hebben zoveel van elkaars leven gemist. We zien elkaar wel en ik zou ook alles voor mijn familie doen, maar een echte liefdevolle band hebben we niet. Met mijn moeder heb ik inmiddels weer goed contact, maar ook met haar heb ik die warme connectie niet.”

Aandacht voor het kind

Dat er in de jeugdzorg ruimte voor verbetering is, is voor Ravi een gegeven. “Ik denk dat er veel beter en met meer aandacht gekeken en geluisterd moet worden naar het kind. Wat is er precies aan de hand en wat heeft dit kind nodig? In mijn geval was het veel beter geweest – omdat terugkeer niet mogelijk was – als ik samen met mijn zusjes en broertje, bij elkaar, in één gezin was geplaatst. Dat familiegevoel heb ik even mogen beleven in het pleeggezin waar ik heb gewoond. Ik ben er dus van overtuigd dat samen opgroeien in een fijn gezin, met toegewijde gezins- of pleegouders, de familieband met mijn zussen en broer niet had beschadigd, maar juist had versterkt.”

Bron: SOS Kinderdorpen