Manifest – Hoe stoppen we het geweld in de jeugdhulp?

donderdag 25 juli

Vol interesse lazen we de aanbevelingen in het rapport van de commissie De Winter over geweld in de jeugdzorg. Het zijn goede adviezen, maar we denken dat er nog meer nodig is om de jeugdzorg echt veilig te maken. Voor de uitvoering van al deze aanbevelingen is liefdevolle zorg nodig, maar ook extra geld, bijvoorbeeld als de groepen kleiner worden.

Daarbij zou er voor ieder kind een steunfiguur moeten komen bij wie hij terechtkan met problemen, waarna deze helpt zorgen dat het geweld stopt. Bovendien missen we de input van jongeren met recente ervaring in de jeugdhulp. In dit manifest geven we daarom aanvullingen op verschillende aanbevelingen uit het rapport. Want we denken graag mee met de politiek, instellingen, de inspectie, het AKJ en de kinderombudsman over hoe we de veiligheid in de jeugdzorg kunnen verbeteren.

Download het manifest: Hoe stoppen we geweld in jeugdzorg – adviezen van jongeren

De Augeo Jongerentaskforce

Een groep jongeren die deels zelf ervaring hebben  en samen met professionals, beleidsmakers en vrijwilligers probeert  om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken.

De Experienced Experts (ExpEx)

Getrainde jongeren die die zelf ervaring hebben in de jeugdhulp en zich inzetten als ervaringsdeskundig maatje van jongeren en/of adviseur van instellingen en overheden.  

Mohini: ‘Ik ben blij dat het rapport er is,
het geeft erkenning voor wat er is gebeurd.’ 

Verbeteren van het hulpaanbod aan slachtoffers van geweld in de jeugdzorg

Wij pleiten allereerst voor meer ervaringsdeskundigen in de jeugdhulp, mensen die hetzelfde hebben meegemaakt en een bron van hoop kunnen zijn. En voor een training voor alle jongeren met jeugdhulp-ervaring  zodat ze hun ervaringen een positieve plek leren geven in hun leven. 

Daarnaast moeten er verschillende hulpverleningsmogelijkheden mogelijkheden zijn voor alle slachtoffers, bijvoorbeeld EMDR en lotgenotencontact. Ten slotte adviseren we een ‘het begint bij mij-‘training voor aanstaande ouders met een jeugdzorgverleden. Zij zijn vaak bang om door hun geweldservaringen zelf geen goede ouders te worden. Met een dergelijke training wordt de vicieuze cirkel doorbroken. 

Plaatsing in (gesloten) instellingen zoveel mogelijk voorkomen

Laten we ervoor zorgen dat jongeren minder snel uit huis worden geplaatst, want dat is niet altijd nodig. Dat begint voor ons bij preventie. Bijvoorbeeld door goede vroeg-signalering, screening, meer psychiatrische deskundigheid in de lokale jeugdhulp aan de voorkant én intensieve ambulante hulp aan huis. Daarnaast hopen we dat zo snel mogelijk het actieplan De best passende zorg voor kwetsbare jongeren wordt uitgevoerd, o.a. zodat er alternatieven voor gesloten plaatsing komen.

Voor jongeren met meervoudige complexe problemen is een passende behandeling nodig, bijvoorbeeld in de landelijke specialistische centra die Kamerlid Lisa Westerveld voorstelt.

Mohini: ‘Er wordt te vaak gesepareerd, terwijl er best andere oplossingen zijn. De groepsbegeleider kan zelf iets veranderen. Je kunt best een kind op de groep tien minuten naar zijn kamer laten gaan, maar ga daarna wel kijken hoe het gaat. Stop ‘m niet de hele dag in de separeer.’

Groepsgroottes verkleinen

Als begeleiders meer persoonlijke aandacht kunnen geven, hoeven jongeren niet zo vaak te worden gesepareerd. Nu staat de groepsveiligheid voorop, en dat gaat soms ten koste van het individu. Dus deze aanbeveling vinden we een hele goede maatregel, maar voor kleinere groepen moet uiteraard wel meer geld komen.

Zorgdragen voor goed geschoold personeel en pedagogische continuïteit

Er moeten meer mensen op een groep staan, liefst ook goed opgeleide ervaringsdeskundigen. We pleiten voor veel supervisie en intervisie, waarin er volop aandacht is voor wat iemand nodig heeft om zijn werk goed te doen. Zodat er een klimaat ontstaat waarin een kind kan praten en steun krijgt. 

Mohini: ‘Besef dat je tijdelijk een vervangende opvoeder bent voor een kind. Dat betekent dat het kind de liefde van zijn of haar ouders op de groep moet krijgen.
Lees In 10 stappen professional vanuit je hart van Mascha Struijk, daarmee werk je als hulpverlener ook aan je eigen ontwikkeling. En volg een training die je leert hoe je dicht bij jezelf kunt blijven.’

Meer samenwerken met ouders en familie

Als je juridisch geen naaste bent, mag je geen melding doen van geweld of andere misstanden bij het kind. Maar de omgeving moet ook een melding kunnen doen, vinden wij. Daarnaast verdient iedere jongere een steunfiguur: een volwassene die hij vertrouwt, bijvoorbeeld een professional uit het wijkteam, een JIM (Jouw Ingebrachte Mentor) of een ervaringsdeskundige die hetzelfde heeft meegemaakt. Iemand die bij hem blijft en zorgt dat hij echt kan meepraten of een klacht kan indienen. 

Verbeteren van ondersteuning voor pleegouders

Dat kan onder andere door meer onderlinge steun voor en van pleegouders te organiseren. Bovendien moet er meer toezicht komen op hoe zij het doen. Zo deelde iemand van ons tijdens het opstellen van dit manifest dat zij is mishandeld in haar pleeggezin, en niemand die het opmerkte.

Betere uitoefening van de rol van de gezinsvoogd

Jongeren zijn regelmatig de dupe van steeds wisselende gezinsvoogden. of voogden die hun werk niet goed (kunnen) uitvoeren. Ze krijgen te weinig tijd en aandacht, waardoor er geen vertrouwensband ontstaat. Een voogd moet meer tijd maken voor het kind zelf, en er niet alleen zijn als het níet goed gaat. Persoonlijk contact is belangrijk, bijvoorbeeld door af en toe samen een ijsje te eten, en langskomen als een kind een diploma heeft behaald.

Mohini: ‘Er moet meer geld komen! Het lijkt nu even of we er geld bij krijgen, maar dat is geld dat eerst voor bezuinigingen bij ons is weggehaald.’

Bij voogdij betere invulling van de uithuisplaatsing

Ook moet er vaker worden gezocht naar een burgervoogd: een ‘gewone’ burger het gezag over een minderjarige krijgt, en geen professional. Een burgervoogd is vaak emotioneel betrokken bij een kind of jongere, wat tot minder wisselingen leidt. Voor deze burgervoogden moet er een scholings- en ondersteuningsaanbod zijn.

Een proactief, sterker en onafhankelijk toezicht organiseren

Daar zijn we het mee eens. Het lijkt ons wel verstandig om hierover met de ervaringsdeskundige kinderen en jongeren zélf te praten. Zodat we er samen voor gaan zorgen dat ze een echte vertrouwenspersoon hebben naar wie ze toe kunnen met problemen of klachten. En diegene ook iets kan doen om het geweld te stoppen. 

Mohini: ‘Bestuurders mogen wat vaker op de groep gaan kijken hoe het gaat. Hoe doen je medewerkers het en hebben zij extra hulp nodig? En maak eens een praatje met de kinderen en jongeren die er wonen. Zij weten vaak niet eens wie de bestuurders zijn.’

In de jeugdzorg geweld bespreken met kinderen

Het is goed om uit huis geplaatste kinderen weerbaarder te maken en informatie te geven over wat ze kunnen doen als ze te maken krijgen met geweld. Als we maar niet de verantwoordelijkheid bij hen leggen.

Prevalentiestudie uitvoeren naar geweld in de huidige jeugdzorg

We vinden het belangrijk dat dit snel gebeurt en regelmatig wordt herhaald. Zo kunnen we kijken of we de jeugdzorg met elkaar echt veiliger maken.  

Mohini: ‘Maar om te kunnen controleren, moet er wel eerst iets worden gedaan. Wat voor zin heeft het om over tien jaar hetzelfde onderzoek te gaan doen als je er niet eerst meer geld en tijd in stopt?’

Wat mist er in het rapport?

– Professionals moeten werken vanuit hun hart en liefdevolle hulp geven.

– Een plan van aanpak voor de korte termijn: deze aanbevelingen zorgen er niet voor dat het voor kinderen nú al veiliger is. 

– Alle adviezen vragen om veel tijd en geld. Wie gaat dat betalen? En hoe zorgen we voor meer maatschappelijk draagvlak om de aanbevelingen te kunnen realiseren?

– De politiek moet praten met ervaringsdeskundige jongeren zelf, niet alleen met hulpverleners.

– Er moet aandacht zijn voor betere diagnoses en matching: welke zorg is geschikt voor dit kind? Is hij meer geschikt voor een pleeggezin of voor een instelling? 

– Laat een jongere niet al los bij 18 jaar, maar begeleid hem tot de Big Five geregeld is (support, wonen, werk en school, inkomen en schulden, zorg en ondersteuning). Durf eventueel de wet te veranderen, zodat jongeren tot 21 jaar begeleiding krijgen.


Mohini: ‘Ik mis in het rapport ook de afstemming met de school van het kind. Zo’n school zegt te snel dat een kind niet te handhaven is. Maar je kunt niet alles afdoen als een gedragsprobleem. Een school heeft de verantwoordelijkheid om dat met de instelling of pleegouders te bespreken.
Een kind moet ook zoveel mogelijk op zijn eigen school kunnen blijven. Er verandert al zoveel als je in een jeugdzorginstelling of pleeggezin terechtkomt, school geeft dan houvast.‘