Hulpverleners: zet je eigen shit om tot mest

woensdag 20 mei

‘Hulpverleners, laat je eigen shit thuis!’, zo schreven Lilian Linders en collega’s van de Hogeschool InHolland hier onlangs. Maar volgens Alie Weerman, Jason Bhugwandass en Maurits Boote is het delen van persoonlijke verhalen juist wel waardevol.

Vorige maand publiceerden lector Lilian Linders en haar twee collega’s van Hogeschool InHolland een artikel [op Socialevraagstukken.nl – red] waarin zij de oproep deden: ‘Hulpverleners, laat je eigen shit thuis!’ Wij vinden dat zij het kind met het badwater weggooien door onvoldoende andere relevante onderzoeksgegevens en praktijkontwikkelingen mee te nemen in hun eindoordeel.
In het artikel wordt gesteld dat meer jongeren aangeven last te hebben van persoonlijke verhalen van hulpverleners. Wij twijfelen eraan of jongeren daadwerkelijk last hebben van de persoonlijke verhalen zelf, of dat zij vooral last hebben van de manier waarop of het moment dat een hulpverlener iets over zichzelf vertelt.

Uiteraard moeten hulpverleners cliënten niet belasten met hun eigen problemen. Maar er is nogal een verschil tussen ‘je shit delen’ of erkenning geven door herkenning. Ja, bij ‘shit delen’ voel je je onveilig. Maar het niét delen van ‘shit’ kan ook onveilig zijn, als je voelt dat er wat is met de hulpverlener en dat wordt ontkend.

Donya Elenby (student persoonlijk begeleider jeugd en opvoedhulp):

Toen ik op een leefgroep woonde probeerde iemand ook shit te delen. Ik dacht alleen maar: ‘Niemand houdt van me en ik zit hier vast. En jij gaat gewoon zo naar huis waar je man op je zit te wachten, dus je zult me toch nooit begrijpen.’ Maar ik heb ook een situatie meegemaakt waarbij iemand iets deelde en ik mij eindelijk gehoord voelde, eindelijk iemand die zoiets ook heeft gevoeld en het begrijpt. Dat is gewoon precies wat maatwerk is.’

Kritiek vanuit de cliëntenbeweging

Juist de ‘stem van de cliënt’ heeft ertoe geleid dat er meer aandacht kwam voor de relatie tussen hulpverlener en cliënt en de inzet van ervaringsdeskundigheid. Van oudsher was het namelijk ‘not done’ om eigen ervaringen te gebruiken in je rol als hulpverlener.

De cliëntenbeweging kwam in opstand tegen de onpersoonlijke professionele rol die hulpverleners hebben geleerd aan te nemen, terwijl inmiddels algemeen bekend is dat een goede therapeutische relatie belangrijker is dan de specifieke methodiek die gebruikt wordt. Deze relatie kan verrijkt worden door het delen van eigen ervaringen. Met als resultaat een ‘normale’ en persoonlijke manier van contact met cliënten.

Niet voor niets is er dan ook sinds 2013 een door de GGZ-sector erkend beroepscompetentieprofiel Ervaringsdeskundigheid en zijn er landelijke leerplannen ontwikkeld voor het professioneel leren gebruiken van ervaringskennis. Een professionele houding, waarbij eigen ervaringen verzwegen moeten worden, blijkt in de praktijk te kunnen leiden tot rigide of juist onbeheerste vormen van contact met cliënten.

Het professionele sluit het persoonlijke niet uit

Het professionele sluit het persoonlijke niet uit, als het goed is sluit het het persoonlijke in. Het is een illusie om te denken dat jij als professional je eigen ervaringen helemaal thuis kunt laten. Want wat jij zelf hebt meegemaakt, kleurt altijd hoe je tegen dingen aankijkt en hoe je op situaties reageert.

Toch adviseren Linders en collega’s de opleidingen social work om minder aandacht te geven aan eigen ervaringen van de studenten. Dit plaatsen zij tegenover aandacht voor de cliënt en tegenover sociale reflexiviteit, maar dat zijn valse tegenstellingen; juist op basis van eigen ervaringen kunnen wij leren ons beter te verplaatsen in anderen. Sociale reflexiviteit wordt geleerd en theorie wordt beter opgenomen als het aansluit bij de eigen ervaringen, omdat deze worden gerelativeerd, gereorganiseerd en in context geplaatst

Wij vinden dat er juist méér aandacht moet zijn voor de ervaringen van studenten. Want goed om kunnen gaan met je ervaringskennis vraagt oefening, intervisie, reflectieverslagen en soms ook het ‘knutselen van kunstwerken’ om expressie te kunnen geven aan lastig verwoordbare ervaringen en deze kritisch te kunnen bevragen. Zo maak je van je eigen ‘shit’ vruchtbare mest.

Jason Bhugwandass (student social work):

Sinds wanneer delen hulpverleners veel over zichzelf? Ik had er 135 in de jeugdzorg en ik weet van tenminste 120 niet eens of ze kinderen hebben. Als een hulpverlener niks van zichzelf laat zien, beland je in een carrousel waar je constant dezelfde oppervlakkige hulpverlener treft. Mijn huidige begeleider vertelt constant over haar eigen ervaringen, dat onderscheidt haar juist van al die andere hulpverleners.’

Juist uitwisselen kan context versterken

Volgens de auteurs zou de ‘stem van de cliënt’ duidelijk hoorbaar moeten zijn in de opleidingen voor hulpverleners. Die stem vind je echter niet uitsluitend búiten de klas, maar ook in de klas. Momenteel weten klasgenoten in reguliere social work-opleidingen soms niet eens van elkaar wie er verslaafd, mishandeld, misbruikt of uithuisgeplaatst is geweest, terwijl zij hierover colleges volgen, discussiëren en met cliënten (op stage) in gesprek moeten kunnen gaan.

Juist het uitwisselen van eigen ervaringen tijdens de opleiding kan het gevoel van context versterken: je klasgenoot blijkt uit een achterstandswijk te komen of juist uit een gegoed milieu. Het versterkt oog voor diversiteit, want naast klasgenoten met een gezonde hechting zitten er ook mensen in de klas die ervaring hebben met trauma’s, uitsluiting of mishandeling. En het vergroot de empathie: een verhaal over een uithuisplaatsing die je klasgenoot heeft meegemaakt komt dichtbij.

Wanneer de studenten stil hebben gestaan bij eigen ervaringen kunnen deze later tijdens hun werk helpend zijn in het contact met de mensen die ze begeleiden. Zij kunnen met hun ervaringskennis laten zien welke verschillende wegen te bewandelen zijn. Zij kunnen schaamte en angst voor afwijzing verminderen, door te laten zien dat dingen heel normaal zijn om over te praten. Ook maken zij voelbaar niet alle wijsheid en kennis in pacht te hebben en echt samen naar oplossingen te willen zoeken.

RAAK! onderzoek

Dat de cliënt baat heeft bij hulpverleners die hun ervaringskennis inzetten, blijkt duidelijk uit het onderzoek RAAK!Ervaringsdeskundigheid. Wanneer zorgprofessionals geleerd hadden hun eigen cliëntervaringen deskundig in te zetten, vonden de cliënten dit juist wenselijk. Zij gaven aan dat het hen motiveert, bemoedigt en hoop geeft. Het verzacht schaamte en stigma, geeft nabijheid en ze voelen zich beter gehoord.

De auteurs komen op basis van enkele klachten van jongeren, over hulpverleners die onvoldoende kundig zijn in de inzet van hun ervaringskennis, tot een conclusie die te zwart-wit is. Zij lijken terug te willen naar de oude traditie waarin eigen ervaringen niet gedeeld mochten worden. Terwijl we juist de afgelopen jaren zo’n vooruitgang hebben geboekt met de inzet van ervaringsdeskundigen.

Wij willen niet terug in de tijd

De kennis die hierover inmiddels is opgedaan vraagt daarom een genuanceerder advies. De kern van hulpverlening is dat je altijd goed moet aansluiten en naast een jongere moet staan. Laten we daar dan op focussen: hoe doe je dat? Wat ons betreft doe je dat pas op een goede manier als je je eigen ervaringen gebruikt om mensen die in de shit zitten serieus te nemen en hen te ondersteunen. Doen alsof hulpverleners mensen-zonder-shit zouden zijn: dat geeft de jongeren alleen maar een shit-gevoel.

Alie Weerman is lector GGZ en Samenleving aan de Hogeschool Windesheim. Jason Bhugwandass is ervaringsdeskundig student social work en werkt voor ExpEx. Maurits Boote is projectleider ervaringsdeskundigheid bij Spirit jeugdhulp. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op SocialeVraagstukken.nl, lees daar ook de reacties op het stuk.