Niet schrikken, ik kom uit een instelling!

vrijdag 15 december ExpEx Amsterdam Stigma-voorlichtingen

Een aantal weken terug mocht ik mee werken aan een artikel van Brandpunt, waarin ik vertelde hoe het is om in een isoleercel te zitten. (Spoiler: Niet erg leuk.) De reacties op het artikel liepen uit één. Blijkbaar leest ‘jeugdzorgjongere’ voor sommigen hetzelfde als ‘crimineel’.

De botte reacties die af en toe terug keerden,
waren te herleiden naar een groter probleem: Stigma.

Als het iemand gerust kan stellen: Ik heb het rechte pad nooit verlaten. Had ik geen flinke angststoornis gehad, dan was een carrière in de criminaliteit misschien nog voor mij weg gelegd, maar helaas valt dat niet in mijn straatje. Depressies, zelfbeschadigend gedrag, suïcidaliteit en trauma’s vallen daar wel in, ergo ik regelmatig in separeercellen zat.

In de reportage van Brandpunt vertelt Romy dat zij in de supermarkt werkt. Zij is hiermee een uitzondering, want andere jongeren komen maar moeilijk aan een baantje. Ingeschreven in een instelling neemt niemand hen aan. Het stigma, dat iedere jeugdzorgjongere blijkbaar crimineel is, zorgt ervoor dat alle jongeren die buiten dat stereotype vallen niet eens vertrouwd worden met het vullen van vakken.

Lang geleden (geloof me, érg lang geleden), was ik een overpresteerder op school. Ik zat op een christelijke havo-VWO school, en deed Atheneum. Ik vertoonde geen wangedrag, was straight-edge (nee, ook geen sigaretten), en had nette vrienden. Ik sprak gewoon algemeen beschaafd Nederlands, sprak volwassenen aan met ‘u’ en glimlachte naar mensen op straat.

Desondanks, was ik een probleemjongere. In instellingen werd ik al gauw bestempeld als complex. Ik kon nooit langere tijd op een plek blijven, omdat ik niet helpbaar was, en de meeste hulpverleners waren me liever kwijt dan rijk. Vertel ik dit aan een willekeurig persoon, dan ontkrachten ze dit beeld. Ik ben geen probleemjongere. Met man en macht proberen ze mijn problematiek onder de tafel te praten of te nuanceren. Alles, om te voorkomen dat ik, de jongere die niet aan het stereotype voldoet en toch
echt een probleemjongere is, hun stigma kan beschadigen. Alles om ervoor te zorgen dat hun beeld van een jeugdzorgjongere kloppend blijft.

Voor de jeugdzorg-analfabeten onder ons, kort uitgelegd: een jeugdzorg+ instelling is niet hetzelfde als een jeugdgevangenis. Er zijn kamers die bezet worden gehouden door 13 jarigen die niet thuis kunnen wonen, omdat ze mishandeld worden. Er zijn jongeren die passief, wekenlang, depressief, in één positie op bed blijven liggen. Er zijn kinderen met plastic draden hangend uit hun neus, omdat hun eetstoornis ze behoedt van eten. En dan nog de categorie waar ik toentertijd ook onder viel: de zelfbeschadigers. Jongeren met andere problematiek dan het forensische.

Waarom bestaat dit stigma dan nog? Mensen houden zich vast aan een beeld dat prettig voor hen voelt. Zouden zij zichzelf moeten confronteren met het gegeven dat niet ieder kind uit een instelling per definitie gedragsgestoord is, dan brengt dat hun wereld in gevaar. Het zou betekenen dat ook hun kind ooit op een binnenplaats tegen hoge muren op zou kunnen kijken. Het zou beteken dat een klasgenootje dat net als jij gymnasium doet, zou kunnen verkassen naar een gesloten groep.

En dat is best eng… moeten erkennen dat wij misschien wel meer met jou gemeen hebben dan je zou denken.