Wat als ik nog even had mogen blijven?
In dit ervaringsverhaal deelt Mannus over wie bleef toen het systeem stopte. 18 worden in de jeugdzorg betekende namelijk dat de ondersteuning die er was, ineens wegviel.
Thuis, een strijd. Ondanks de liefde, die was wel oprecht.
Maar met moeder en stiefvader was het een eindeloos gevecht.
Bij ons thuis werd van alles geprobeerd: van videohometraining tot intensieve gezinsbegeleiding. Vooral gericht op mij, alsof het probleem bij mij lag. Rond mijn zestiende was het klaar en werd ik, na al die interventies, uit huis geplaatst. Eerst sliep ik bij vrienden en keek ik mijn ogen uit hoe rustig het er in andere gezinnen aan toe kon gaan.
Via de moeder van één van hen kwam ik terecht bij een collega van haar: een netwerkpleeggezin. Daar heb ik een fijne tijd gehad. Terugkijkend had ik daar best willen blijven, misschien zelfs moeten blijven. Als ik het nu aan mijn pleegmoeder vraag, had dat ook gekund. Maar het plan lag al vast: ik zou doorstromen naar een leefgroep.
Na slapen bij vrienden, vond hij in een pleeggezin zijn nieuwe thuis
Tot hij moest verhuizen, met een groep jongeren in een huis
Met de strengheid die hij gewend was, waren dit eerste stappen naar vrijheid
En buiten het gebaande pad gaan lopen, was vanaf nu een feit
| Onderstaande foto is een van de weinige die ik kon terugvinden van mijn tijd op de leefgroep. We gingen naar Walibi en naast mij in de attractie zit een groepsleider die vanwege haar privacy er af geknipt is. |
Naast die leefgroep was er in hetzelfde gebouw een fasehuis, waar jongeren stap voor stap toewerken naar zelfstandigheid. Daar was ik wel aan toe, maar toch ging ik er niet heen. In plaats daarvan werd vlak voor mijn achttiende het doel ineens: terug naar huis. Maar thuis was er voor mijn gevoel weinig veranderd.
Achteraf vraag ik me af wat dat heeft gedaan met de band met mijn ouders. Want uiteindelijk heb ik het contact later verbroken. Wat als ik op mijn achttiende nog even had kunnen blijven in de leefgroep? Of eerder naar het fasehuis was gegaan, totdat ik klaar was om op mezelf te wonen? Hoe had ons contact zich dan ontwikkeld, met meer afstand en minder dagelijkse spanning?
Ondertussen was ik allang bezig mezelf staande te houden. School was mijn houvast, daar had ik iets van grip en kreeg ik bevestiging. En ik werkte. Twee banen tegelijk, omdat ik mijn eigen geld moest regelen. Niemand die vroeg hoe dat voor me was en hoe ik dat volhield.

Hij ging studeren en de stad verscheen. Een nieuwe start, daar ging hij heen.
Zijn eigen weg, zijn eigen reis. Om te leren van anderen én zijn eigen innerlijke wijs.
Pas veel later begreep ik wat er toen gebeurde, omdat ik zelf in de jeugdzorg ging werken. Het stoppen van mijn verblijf had weinig te maken met wat er in onze leefwereld speelde. Het had alles te maken met een systeemgrens: de leeftijd van 18 jaar. Je wordt zogenaamd meerderjarig en dus stopt alle ondersteuning, of je er klaar voor bent of niet. Terwijl de basis dan vaak nog helemaal niet staat en je geen rust in je hoofd hebt.
Inmiddels ben ik 36. Achttien jaar na mijn eigen achttiende zie ik nog steeds jongeren die tegen precies dezelfde problemen aanlopen en vaak in nog ergere situaties belanden. Het verschil voor mij was dat ik, ondanks alles, kon leunen op een steunend netwerk van vrienden. Mijn ‘chosen family’, die mij opving toen het systeem dat niet meer deed.
Zijn vrienden werden zijn zelfgekozen familie in het heden,
maar een belangrijk onderdeel is toch nog altijd het verleden.
Met de juiste mensen die je opvangen wanneer het de verkeerde kant op dreigt te gaan,
tijdens het leven vol momenten van vallen en opstaan.
De worsteling van het opgroeien herkennen we allemaal. Volwassen worden is voor iedereen een zoektocht. Onze hersenen zijn pas rond je vijfentwintigste volgroeid. Steeds meer kinderen wonen langer thuis en steeds meer jongvolwassenen worstelen met hun bestaanszekerheid.
Laat staan als je op achterstand begint. Als je te maken hebt met trauma of met een ingewikkelde relatie met je ouders, zoals ik had. Dan is achttien worden geen eindpunt, maar vaak juist het begin van nieuwe onzekerheid.
Het probleem zit niet in wie wezen,
Maar in de omgeving en omstandigheden, zo is bewezen.
Dus onthoud, als je twijfelt of je past:
dat het niet aan jou ligt, maar aan de last.
| De schuingedrukte zinnen komen uit een tekst die ik ooit schreef tijdens de ExpEx training ‘werken met je eigen ervaring’. Toen ik die tekst terug zocht tijdens het schrijven van dit verhaal, viel me iets op: de periode rond mijn achttiende heb ik bijna volledig overgeslagen, misschien zelfs (deels) uit mijn geheugen gewist… |
Bron omslagfoto: Unsplash
Fotograaf: Bend Dittrich