Diantha – ‘Als ik nu wakker word, heb ik weer zin in de dag’

vrijdag 17 april eigen ervaring

Diantha Voskuijl (22) weet niet beter dan dat ze het overgrote deel van haar jeugd depressief is geweest. Zes jaar lang, om precies te zijn. Nu is ze depressievrij en zet ze haar kennis en ervaring in om andere jongeren te helpen die met hetzelfde worstelen. ‘Ik heb geleerd om mijn emoties toe te laten en te waarderen, in plaats van ze continu te vermijden.’

‘Terugkijkend op mijn jeugd denk ik dat het rond mijn tiende begon. Op de basisschool werd ik altijd enorm gepest. Ik was anders dan anderen, ze vonden me raar. Ik liep qua intelligentie voor op de rest – zo kon ik al op jonge leeftijd lezen. School ging me niet snel genoeg. Andere kinderen vonden me betweterig, terwijl ik behulpzaam wilde zijn. Later bleek dat ik naast hoogbegaafd, ook autistisch ben. Dat verklaart een hoop, maar toen wist ik nog van niks. Het leek alsof ik niet dezelfde taal sprak als anderen. Als een klasgenootje vroeger bij ons aanbelde om te vragen of ik wilde spelen, stuurde ik ze gewoon weg als ik daar geen zin in had. Ik voelde dingen niet aan die voor anderen heel natuurlijk waren.’

Van hoogbegaafd naar depressief

‘Het eerste half jaar van de middelbare school ging goed. Ik kwam in een nieuwe klas terecht en vond mijn klasgenootjes aardig. Maar toen ik ruzie kreeg met het populairste meisje uit de klas, vond niemand me opeens meer leuk. Ook degene waar ik verliefd op was, zag mij niet meer zitten. Het pesten begon weer, maar dit keer ook via internet. Dit alles zorgde ervoor dat ik bleef zitten in de tweede klas. Mijn intelligentie was het enige waar ik altijd op kon vertrouwen, maar blijkbaar had ik toch gefaald. Daaruit is uiteindelijk mijn depressie ontstaan. Ik was toen veertien. Naast mijn depressie, ontwikkelde ik een eetstoornis. Die eetstoornis lag op de voorgrond, puur omdat je dat sneller kon zien. Ik viel af en daar maakten anderen zich zorgen om. Mijn depressie, die kon je niet zien.’

Eetstoornis als copingmechanisme

‘Toen ik vijftien was, is er geforceerd hulp ingeschakeld om van mijn eetstoornis af te komen. Ik was intussen in een zware depressie beland – in zoverre, dat ik ook suïcidale gedachten had. Toen ik voor het eerst de hulpverlening binnenstapte, moest ik enorme vragenlijsten invullen waarin ik dit ook aangaf. Achteraf was de eetstoornis niet het probleem, maar slechts een copingmechanisme om met alle nare gevoelens en trauma’s om te gaan. Mijn manier om orde aan te brengen in een wereld die ik niet begreep. Maanden later zag mijn hulpverlener de ernst van de depressie pas in en verwees me door naar een andere instelling. “Wij zijn een eetstoorniscentrum, dus wij kunnen je niet helpen met stemmingsklachten”. Jarenlang werd ik van het kastje naar de muur gestuurd.’

Depressie als excuus

‘Ik kom uit een gezin waar niet veel over gevoelens of emoties gepraat werd. Conflicten werden niet goed opgelost – het voelde altijd als een soort Koude Oorlog, thuis. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zeventien was. Ik was intussen met school gestopt. Het voelde veilig om me achter mijn depressie te verschuilen. Een soort excuus om niet mee te hoeven doen aan de maatschappij, aan de snelheid ervan. De suïcide van mijn beste vriendin heeft uiteindelijk bij mij de knop omgezet. Toen besefte ik hoe heftig het is om een directe naaste kwijt te raken. Het voelde eerder altijd alsof ik een last was voor anderen en hierdoor besefte ik dat niets minder waar was. Ik wist dat ik beter moest worden, al was het voor haar. Alles wat ik tegen haar had kunnen zeggen, moest ik nu tegen mezelf zeggen.’

De scherpe randjes

‘Ik vond een nieuwe psycholoog waar ik me goed bij voelde, iemand die meer als coach fungeerde. Iemand die me meer begeleidde, in plaats van behandelde. Ik begon met antidepressiva en gaf me op voor biodanza: vrij dansen. Daarin leer je je lichaam te voelen, iets wat ik heel moeilijk vond. Maar ik leerde mijn emoties te waarderen en aan te gaan. Een jaar geleden ben ik met antidepressiva gestopt. Ik heb het nooit gezien als iets wat mijn depressie zou oplossen, maar als hulpmiddel om de scherpe randjes eraf te halen. Mijn doel was niet om voor altijd aan de medicatie te zitten, dat was juist een soort schrikbeeld. Het gaf me simpelweg wat tijd om aan mezelf te werken en emoties te gaan ervaren.’

Ervaringsdeskundige

‘Ik heb mensen altijd al interessant gevonden. Juist omdat ik vanwege mijn autisme mensen van nature minder goed begrijp of aanvoel. Zo had ik ooit 33 boeken op mijn e-reader staan over lichaamstaal. Op mijn 19de kon ik vanuit huis een studie psychologie aan de Open Universiteit gaan doen. Dat wijkt niet af van een normaal studietraject, alleen hoef ik niet om te gaan met zoveel prikkels op een dag. Een jaar later vond ik ExpEx, een soort sociaal uitzendbureau waarin jongeren tot ervaringsdeskundige worden opgeleid en ingezet kunnen worden bij de GGZ en jeugdzorg. Dit bracht me heel veel extra inzichten, kansen en mogelijkheden. Ik had eindelijk het gevoel dat ik weer ergens voor leefde, dat ik er toe deed.’

In het nu

‘Intussen werk ik, naast mijn studie psychologie, zo’n 24 tot 30 uur in de week bij een zorginnovatieplatform en als ervaringsprofessional bij een jeugdzorginstantie. Ook zit ik in het mastertraject van een reiki-opleiding. Ik onderneem meer dan ooit. Als ik nu wakker word, heb ik zin in de dag. Als ik verdrietig ben, denk ik: wat fijn dat ik dat voel. Er zijn periodes geweest waarin ik helemaal niets voelde. Ik voel me dankbaar en ik voel vooral dat ik iets nuttigs kan doen. Die zingeving is uiteindelijk het belangrijkst geweest om uit mijn depressie te klimmen. Ik heb er vertrouwen in dat ik een eventuele terugval aan zou kunnen. Al denk ik niet dat die gaat komen, juist doordat ik nu zoveel handvatten heb. Ik voel me stabiel.’

Zingeving

‘Later zou ik wel een eigen praktijk willen, waarin ik een brug kan slaan tussen de westerse psychiatrie en de oosterse geneeskunde. Er bestaat namelijk een zwartwitbeeld van zowel spiritualiteit als de wetenschap – het zou mooi zijn als ik die twee met elkaar zou kunnen mengen. Aan andere jongeren die worstelen met depressie zou ik het volgende advies willen geven: vind iets waar je elke dag weer voor opstaat. Ik weet hoe moeilijk het soms is om uit bed te komen, maar doe het elke dag weer tot je iets vindt waar je voor wilt leven. Omgeef je met mensen die je weer omhoog tillen, sluit je aan bij een vereniging of vind een hobby die bij je past. Want als iets je uit je depressie kan halen, is het zingeving.’

Bron: Gids in Gezondheid