Elwin deelt zijn depressie ervaringen #jesuisdepri

donderdag 12 april ExpEx Rotterdam

Eén op de vijftien Nederlandse jongeren tussen de 18 en 24 jaar worstelt met depressies. Zelfdoding is onder jonge mensen doodsoorzaak nummer één. Wat kunnen hulpverleners of professionals doen om deze jongeren te helpen? Elwin Goedgedrag: ‘Als je de signalen herkent, moet je ze verdomd serieus nemen.’

Elwin

Elwin Goedgedrag is 26 jaar en zit nu in het laatste jaar van zijn studie Social Work aan de Hogeschool Rotterdam. Hij is één van de jongeren die deelneemt aan het televisieprogramma #jesuisdepri. Dit programma is onderdeel van de #trueselfie weken waarin NPO 3, 3FM en FunX in samenwerking met MIND aandacht vragen voor psychische problemen van jongeren. Want: door erover te praten, kunnen we met elkaar het taboe misschien van het onderwerp halen. 

De eerste aflevering van #jesuisdepri is te zien op maandag 16 april om 21.25 uur op NPO 3.

Taboe

Elwin: ‘Rond mijn veertiende kreeg ik voor het eerst last van sombere gevoelens die voortkwamen uit dipjes die steeds langer aanhielden. Maar al op mijn achtste probeerde ik voor het eerst uit het leven te stappen.’ Elwin heeft geen gemakkelijke jeugd gehad. Thuis werd hij zowel mentaal als fysiek door zijn moeder mishandeld. Op de basisschool, en later ook de middelbare school, werd hij gepest. Na jaren vol depressieve periodes, gaat het inmiddels vier jaar goed met hem. En nu zet Elwin zijn ervaringen in om anderen te helpen. Bijvoorbeeld in de gespreksgroep die hij is gestart op de Hogeschool Rotterdam en door zijn verhaal te vertellen in de media en op congressen. ‘Ik heb van mijn kwetsbaarheid een kracht kunnen maken. En ik ben niet de enige. Maar toch zijn er nog veel jongeren met depressieve gevoelens die hier niet over durven te praten uit angst voor wat anderen van ze denken. Er heerst echt een taboe op het onderwerp en dat moet eraf.’

Tip voor je dip

Terugkijkend is Elwin zelf heel tevreden over de hulpverlening die hij gehad heeft. Op zijn veertiende werden de dipjes die hij soms had, steeds langer en donkerder. Steeds meer ging hij zich afvragen wat het leven eigenlijk voor zin had. Zijn mentor had door dat het niet goed met hem ging en verwees hem door naar de cursus Tip voor je dip van de GGD. ‘Toen kwam ik voor het eerst in aanraking met leeftijdsgenootjes die ook te maken hadden met sombere gevoelens en merkte ik dat ik niet de enige was. Die cursus was goed voor me.’

‘Ik zei nee’

Maar na de cursus  sprak Elwin niet meer over zijn problemen. Terwijl ze er nog altijd waren. Pas in 2010, toen hij inmiddels negentien jaar was, werd er weer aandacht aan geschonken. ‘Ik liep toen stage en mijn stagebegeleidster zei dat ik me deed denken aan haar nichtje, die trekjes van autisme had. Ik ben toen over autisme gaan lezen en voor het eerst leek er iets te kloppen van hoe ik was als persoon. Ik herkende me erin. Ik heb toen zelf de hulpverlening opgezocht en verschillende testjes gedaan.’ Elwin kreeg de diagnose PPDNOS. Ook werd hem verteld dat er uit de test kwam dat hij kenmerken van onder meer angststoornis en hechtingsstoornis vertoonde. ‘Ze vroegen of ik daar iets mee wilde doen. Ik zei nee, want daar kwam ik niet voor. Ik wilde alleen weten of ik autisme had.’

Depressie

Na een paar maanden besloot Elwin toch iets te doen met de uitslagen van de testjes. ‘Ik zat al jaren niet lekker in mijn vel en de klachten die ik had, waren in de loop der jaren toegenomen. Ik had hier zelden met anderen over gesproken. Ik wist wel dat ik anders was, maar ik kon niet plaatsen waar dat aan lag. Achteraf gezien zat ik al jaren in een depressie, maar destijds wist ik helemaal niet wat dat was.’

Volwaardige gesprekspartner

Elwin zocht hulp bij een ggz-instelling in de Rotterdamse wijk Kralingen. Hier had hij wekelijkse gesprekken met een therapeut. ‘Het was heel fijn dat er iemand tegenover me zat die de tijd voor me nam, aandacht had voor mijn verhaal en mijn gevoelens niet afdeed met “je bent nog jong, het hoort bij je leeftijd dat je je afvraagt wat het leven precies is”. Ik was een volwaardige gesprekspartner en werd serieus genomen.’

Cognitieve gedragstherapie

Op verschillende momenten in het traject haakte Elwin af. ‘Ik heb van 2010 tot 2014 hulp gehad. In het begin alleen gesprekken. Als het beter met me ging, stopte ik ermee. Als het dan na twee of drie weken toch weer slechter ging, mocht ik gelukkig telkens weer terugkomen. Eind 2013 ben ik begonnen met cognitieve gedragstherapie. Dat heeft me heel erg geholpen.’ Zo goed, dat Elwin sindsdien niet meer is teruggevallen.

 

Ik heb mezelf de tijd gegeven om te kunnen vluchten van hulp’

Masker

Vindt hij niet dat hulpverleners eerder hadden moeten ingrijpen? Aangezien op zijn veertiende eigenlijk ook al duidelijk was dat het niet goed ging? ‘Ik heb mezelf de tijd gegeven om te kunnen vluchten van hulp. Na de cursus die ik op mijn veertiende volgde, had ik door kunnen zetten, maar ik deed het niet. Op de vragenlijst die toen kreeg, had ik kunnen aankruisen dat ik suïcidale gedachten had, maar ik deed het niet. Ik heb ook weleens aan een docent verteld dat ik het leven niet meer zag zitten en zij antwoordde “maar het leven is hartstikke mooi”. Op verpakte wijze vroeg ik soms dus wel om hulp, maar dat werd niet opgemerkt. Achteraf zou je daar boos om kunnen worden, maar ik weet ook dat ik er heel goed in was om een masker op te zetten.’

Serieus nemen

Ondanks dat Elwin niemand iets kwalijk neemt, vindt hij het wel belangrijk dat sociaal professionals aandacht hebben voor het signaleren van jongeren met depressieve gevoelens. Want als ze de juiste hulp krijgen, kunnen ook zij zich weer beter voelen. De belangrijkste tip die hij heeft? ‘Als je signalen al herkent, als je al doorhebt dat er een depressie speelt, moet je het verdomd serieus nemen. Doe het niet af als “het valt wel mee, het komt wel goed”. Als je gaat bagatelliseren kan dat tot serieuze problemen leiden.’

Regie

En start je een traject met een jongere met depressieve gevoelens? Let dan goed op dat je de regie niet te veel uit handen neemt. ‘Maak je cliënt niet klein door alles voor hem te bepalen. Het kan al zijn dat hij het gevoel heeft dat hij niets waard is, door de regie volledig over te nemen, bevestig je dat. Natuurlijk kan het zijn dat cliënten met een depressie er misschien soms behoefte aan hebben dat je ze aan de hand meeneemt, maar let erop dat je hun handje niet blijft vasthouden als ze de regie weer een beetje terugpakken. Dan sta je het herstel in de weg.’

 

Bron: www.zorgwelzijn.nl