Aan de kinderen die het er zelf naar hebben gemaakt.

zondag 17 maart

Deze is voor de kinderen die het er zelf naar hebben gemaakt. Zij die niet mogen vertellen dat ze ten onrechte in de isoleercel zijn geplaatst, omdat ze vast niet gesloten hebben gezeten voor hun zweetvoeten. De kinderen die worden geassocieerd met stoelen die door de ruimte worden gegooid, of gebonk dat met regelmaat hard door de gangen klinkt. Doorgewinterde criminelen, destructieve psychiatrische patiënten of gewoon lastpakken.

Ik zie mezelf zitten, achtergelaten op de groep omdat er geen onderwijs voor mij was. Al mijn groepsgenootjes mochten wel naar school, en toen zij terug kwamen hadden ze allerlei plaatjes uitgeprint zodat ik die op kon hangen in mijn kamer.

We kwamen gelijktijdig aan op de groep, althans, jij drie dagen eerder dan ik. Om het gezellig te maken knutselde jij sterren van papier, en je hebt er toen voor mij ook één gemaakt, die ik op mijn deur kon hangen. Als ik niet at, stond jij met een bord eten voor mijn kamer. En had ik mezelf weer een dag in m’n eentje opgesloten, dan klopten jullie aan om te vragen of ik een spelletje wilde doen.

Ik zie vrienden, die tekeningen uitwisselen en liedjes voor elkaar schrijven. Het sportiefste meisje op de groep dat het onzekere meisje een doelpunt laat scoren. En wanneer de oudste haar gitaar erbij pakt en begint te zingen, luistert de rest aandachtig mee.

Ik zie mijn maatje, dat besluit mij te helpen met koken omdat ik dat zelf niet goed kan. Als het avondeten dan toch niet te pruimen is, gooien we er gewoon heel veel mayonaise over heen. Ben ik niet vlot genoeg met mijn groepstaak, dan haal jij ongezien een doekje over de tafel, en red ik het net.

Ik zie ons samen bij de huisarts zitten, allebei met hechtingen die moeten worden gezet. Wanneer mijn angst zichtbaar wordt, druk jij je gelukssteen in mijn handen. En terwijl de groepsleiders vinden dat we elkaar negatief beïnvloeden, staan we een dag later wel samen boven de wc, en spoelen onze mesjes weg, terwijl de groepsleiders van niks weten.

Ik zie mezelf huilend op de grond zitten, na een woordenwisseling met de groepsleider, wanneer jij me vraagt tv te gaan kijken. Je reikt je hand uit, trekt me van de grond, en zet mijn favoriete concert op. Wanneer ik boos weg wil lopen, haal jij mij over, en voorkomt dat ik tegen de grond aan gegooid zal worden.

Bedankt voor de zorg die jullie mij hebben geboden in de moeilijkste tijd van mijn leven. De woorden die jullie hebben uitgesproken, de liefdevolle daden die jullie, soms stiekem, konden uiten. Jullie zijn niet slecht, kapot of moeilijk, maar de meest zorgzame en unieke jongeren die ik heb mogen ontmoeten. Ook als de berichtgeving anders doet vermoeden. Men ziet niet wat gebeurt binnen de muren van een instelling. Ik hoop dat ze jullie mogen ervaren zoals ik dat heb mogen doen.

Jullie zijn niet slecht, kapot of moeilijk, maar de meest zorgzame en unieke jongeren die ik heb mogen ontmoeten.